Spring 2026: Christie’s organized a preview in Brussels of one of the most important Belgian private collections, that of Roger and Josette Vanthournout, for sale in London. Mathilde's sister Hélène was there.
An old article (16 July 2024) by departing journalist Paul Demeyer who worked at newspaper Het Nieuwsblad for over forty years. Here he recalls the first days of Mathilde d'Udekem on the public stage and everything that was going on around that time, in terms of Belgian royal upheaval. Enjoy the flashback!
Kroonprins Filip die me een compliment gaf. Zijn moeder koningin Paola die me frontaal aanviel. En zijn broer prins Laurent die met me grapte. De openheid die Laken eind 1999 plots creëerde rond het huwelijk van Filip en Mathilde, was voor een reporter een frisse (tegen)wind.
Na een carrière van 42 jaar bij het Nieuwsblad zwaait reporter Paul Demeyer (64) na de zomer af. Lezers kennen hem het best onder de initialen (pom). In zijn laatste zomerreeks blikt Paul terug op grote en kleine gebeurtenissen van de voorbije vier decennia, die hij vanop de eerste rij meemaakte.
De koninklijke familie. Voor de pers was er lange tijd weinig aan: het Paleis gooide een communiqué op de fax en dat mocht je dan overtikken voor in de krant. Soms, als een lid van de koninklijke familie een school, een overstroming of het buitenland bezocht, mocht je mee om vanop afstand erover te berichten.
Maar eind 1999 verkleinde die afstand plots. Het begon met geruchten dat kroonprins Filip een lief had. Ere wie ere toekomt: de Franstalige pers was er begin september als eerste mee: “Het zou gaan om een dochter van jonkheer Patrick d’Udekem d’Acoz.” De man had drie huwbare dochters; wie van de drie zou onze volgende koningin worden? Maar één manier om dat te achterhalen: bellen naar het kasteel van Losange in Villers-la-Bonne-Eau, waar de familie woonde. Dat nummer stond gewoon in het telefoonboek. Ongelooflijk: een zekere Mathilde nam op. Ze lachte mijn vraag weg of zij of één van haar zussen met Filip zou trouwen. “Mais quelle question!” giechelde ze en gooide de hoorn op de haak.
Iets later kwam dan de fax van Laken: we waren uitgenodigd om in de tuin van het paleis kennis te komen maken met Mathilde (dus toch), de aanstaande echtgenote van kroonprins Filip. Wacht even: we mochten op het heilige gras van Laken? Om de kroonprins en zijn geliefde te ontmoeten? Du jamais vu.
Wat nog meer ongezien was: Mathilde zelf. In witte lange broek, met blauwe blouse en op blote voeten in sandalen. Een protocollaire revolutie. Het koppel zette de grenzen nog meer open door samen met de pers het glas te heffen en vrijuit te antwoorden op vragen als: hoelang kennen jullie elkaar? (“drie jaar”) en waar hebben jullie elkaar ontmoet? (“op de tennisbaan”). Een paar passen verder verrekte koningin Paola haast haar hals om toch maar te horen wat haar aanstaande schoondochter daar allemaal vertelde.
En nog verder stonden de leden van de koninklijke beveiliging. Een van hen had ik al vaker ontmoet en dat schepte toch een beetje een vertrouwensband om te vragen of die openheid voor even was of blijvend. “Dit is maar het begin”, zei hij. “De koninklijke familie wil eindelijk de deuren en ramen opengooien. Ook voor het volk. Je zal wel zien.”
Kort daarna begon het jonge paar aan zijn blijde intrede in alle provinciehoofdsteden. Eerste stop was Luxemburg, de fief van Mathilde. Ze landde met een helikopter op het voetbalveld van eersteprovincialer FC Bastenaken om daar haar eerste bain de foule te nemen. Wij van de pers werden verboden achter het koppel te lopen. Later hoorde ik van een lid van de veiligheid waarom: tijdens de voorstelling van Mathilde op het paleis waren net iets te veel foto’s verschenen van haar derrière in de strakke witte broek.
Mathilde verraste weer in Luxemburg. Met veel naturel bewoog ze zich tussen de massa langs de kant van het parcours. Menig kindje kreeg een kneepje in de wang of een kusje. Mathilde keek dan altijd even opzij naar haar Filip, maar die bleef als in een kramp strak voor zich uitkijken.
Terug op de redactie vertelde ik over dat contrast tussen die twee en hoe pijnlijk het was voor Mathilde dat Filip zo ver weg leek. Op de avondvergadering is dan beslist dat ik – op de voorpagina van de krant – een open brief zou schrijven aan kroonprins Filip, onder de titel “Filip, we moeten eens praten”. In de sfeer van de nieuwe openheid, zou ik de prins tutoyeren.
Een paar citaten uit die brief: “Prins, ik wou je gisteren al eens terzijde nemen. Maar schroom en ordehandhavers zaten in de weg. Daarom deze brief. Prins, je mag gerust wat hartelijker zijn in je omgang met Mathilde. Dat zou het volk maar Mathilde nog het meest charmeren. Te vaak zag ik haar hand ijdel naar die van jou grijpen of haar ogen de jouwe zoeken, zeker wanneer ze een kindje in de wang had geknepen of kusjes gegeven.”
Ik schreef dat ik vermoedde dat de prins allicht overmand was door stress en raadde hem aan: “Kijk eens naar Mathilde, dan zal je zien hoe vlot en vrij zij zich beweegt. En maandag, tijdens de blijde intrede in Brugge, verdeel dan je aandacht wat gelijkmatiger over de West-Vlamingen en Mathilde.”
Maar nog voor die tweede blijde intrede ontplofte een bom. In zijn boek Paola. Van ‘la dolce vita’ tot koningin had Mario Danneels geschreven dat koning Albert een buitenechtelijke dochter had. Eén zinnetje was het. Meer niet. Maar twee dagen later had het kind al een naam: Delphine Boël, een kunstenares in Londen.
Nog twee dagen later gingen in Brugge tussen de rijen wachtenden her en der “Delphine Koningin!”-bordjes in de lucht. Er waren ook een paar leden van Voorpost met “Bom onder het vorstenhuis”-plakkaten. “Maar Filip deed alsof hij niets zag en pakte deze keer wel resoluut de hand van zijn Mathilde”, schreef ik. “En wilde Mathilde even met een kind praten, dan legde de prins zijn arm om haar middel, zo van: doe maar, I got your back (...) Wanneer ze later op het balkon van het Brugse stadhuis verschenen, was het haast Romeo en Julia.”
Zoveel blijken van liefde. Het leek alsof de prins mijn brief had gelezen. Wat er wel was die dag: leden van de Franstalige pers waren wat pissig tegen ons. Zij vonden heel die Delphine-openbaring een smerige Vlaamse zet tegen het vorstenhuis.
Maar dat was toch niet de sfeer in West-Vlaanderen. Na de blijde intrede in Brugge trok ik door naar vlaggenmaker Waelkens in Oostrozebeke. Daar vertelden ze dat ze de vraag naar nationale driekleuren niet konden bijhouden. “Het lijkt alsof heel de natie de dag van de trouw de Belgische driekleur wil uithangen.”
Het België-gevoel bereikte een hoogtepunt op 13 november, toen Filip en Mathilde 1.500 gewone burgers uitnodigden op hun verlovingsfeest in de oranjerie en de wintertuin van de serres in Laken. Onwezenlijk was het: het volk dat binnen mocht op het paleis voor een lopend buffet. Het volk misdroeg zich wat. Ik zag veel genodigden gauw een lepeltje of zelfs een bordje wegstoppen in de handtas. “Zo hebben we thuis iets van Laken”, zeiden ze vergoelijkend. Terwijl alle bestekken en serviezen van een hotelschool kwamen.
Op dat feest werd ik plots door iemand van de veiligheid naar de tafel van Filip en Mathilde geleid. Ze stapten net op. Maar Filip – allicht getipt – kwam op me af en zei: “U hebt toch die brief geschreven? Dat was mooi.” Meer zei hij niet, maar hij heeft het toch gezegd.
Tien dagen voor het huwelijk trokken koning Albert en koningin Paola nog op staatsbezoek naar Portugal. Al in het vliegtuig was duidelijk dat de koningin bijzonder gestresseerd was. Constant stond ze op het middenpad breed gesticulerend te praten met haar hofhouding. Toen de piloot tijdens de landing meermaals omriep dat iedereen moest gaan zitten, bleef Paola rechtstaan en keek geïrriteerd naar de cockpit.
In Portugal kreeg de koning ook nog eens last van rugpijn en bleef zijn lijfarts constant in zijn buurt. Je zag dat Paola bezorgd was, maar ook zeer gespannen. Het kwam zelfs tot een aanvaring met de pers. Toen Paola van de toegangspoort van het kasteel van Sintra een foto nam, sprongen de persfotografen voor haar om daar een foto van te nemen. Paola riep de beveiliging en zei dat de persfotografen haar hinderden: “Ils sont comme des cigales avec leurs clicks-clicks.”
Later op die reis was er in de sfeer van de “nieuwe openheid” een moment waarop de koningin met de pers kwam praten. Toen ze bij de Vlaamse delegatie aankwam, complimenteerde ik haar met haar kennis van het Nederlands. De koningin zei dat ze elke ochtend naar Radio 1 luisterde. En dan haalde ze keihard uit: “Het was ongepast dat jullie van de Vlaamse pers berichtten over die andere dochter van de koning.” En weg was ze. Daar stonden wij, compleet verbouwereerd. Wat? Had de koningin echt iets gezegd over Delphine?
Terug in België was de natie in de ban van het nakende huwelijk. Ook huwelijksbureaus voelden een ‘Filip en Mathilde’-effect aan het gestegen aantal inschrijvingen. Rika Ponnet, seksuologe en relatiebemiddelaar, zei toen: “Filip en Mathilde zetten het huwelijk in de toonkast. Onbewust leidt die romantiek mensen naar huwelijksbureaus.”
Vier dagen voor het huwelijk kaapte plots prins Laurent de aandacht. Zijn diensten lieten weten dat de prins een persconferentie zou geven over zijn stichting voor dierenwelzijn en dat hij persvragen zou beantwoorden.
Op die persconferentie zei de prins dat hij de natie van een probleem kon verlossen. “Veel mensen weten niet welke dieren tam zijn en welke dieren wild zijn. Ik heb daar een trucje voor bedacht. De leeuw in de rimboe heeft geen naam. Mijn hond wel: Blacky. Of de boer noemt zijn koe bijvoorbeeld Bella. Dus: heeft een dier geen naam, dan is het een wild dier. Heeft het wel een naam, dan is het een tam dier.
Tijdens de vragenronde wierp ik de prins tegen dat zijn namentrucje toch niet helemaal opging: een boer met 100 kippen, bijvoorbeeld, die geeft hen toch ook niet allemaal een naam. Zijn kippen dan wilde dieren? Laurent keken even verrast en zei toen met een spottend lachje: “ça c’est une question bête.” Hij was – terecht eigenlijk – trots op zijn gevatte antwoord: bête betekent zowel dwaas als dier.
Het is daarna toch goed gekomen tussen ons. Ik kon prins Laurent meermaals rechtstreeks bellen voor een krantenstuk. Onder andere die keer toen zijn echtgenote er niet bij was op de nationale feestdag en Laurent me vertelde dat Claire thuis was gebleven omdat het de eerste werkdag was van de nieuwe kindermeid “en het is al zo moeilijk om een gepaste meid te vinden die én Chinees kan én blokfluit kan spelen én iets van strips afweet. Want zo’n brede opvoeding willen we onze kinderen geven.”
Eigenlijk is Laurent de enige die toegankelijk is gebleven. De bruiloft van Filip en Mathilde op die koude 4 december was tevens ook een beetje hun afscheid van het volk. De kerkelijke viering was koel en haast ambtelijk. Over het traditionele kusritueel op het paleisbalkon schreef ik: “Het leek meer op een botsing van hoofden, een proeve tot kussen.”





Geen opmerkingen:
Een reactie posten